Athena_webbanner1.jpg

Als we met mensen praten over impliciete discriminatie van vrouwen in de wetenschap horen we vaak dat men zich niet goed kan voorstellen wat we daarmee bedoelen. De veronderstelling is dat mannen en vrouwen gelijk worden behandeld, en dat het een persoonlijke keuze is als vrouwen de wetenschap verlaten.

Dat beeld klopt niet met onderzoeksresultaten die laten zien dat vrouwen vaak anders behandeld en anders benaderd worden dan mannen.  Door concrete voorbeelden te verzamelen van dit soort ervaringen hopen we duidelijker zichtbaar te maken hoe en waarom vrouwen zich vaak minder gewaardeerd en minder welkom voelen in de wetenschap. Het melden van dit soort ‘misstanden’ is belangrijk om ze uiteindelijk uit de weg te kunnen ruimen.

Spelregels                  Meld misstanden

 

Hieronder staan een aantal voorbeelden die te openen zijn door erop te klikken.

receptie

De standaard is een man

  • De wetenschappelijk directeur is een man

    De wetenschappelijk directeur besluit uit naam en onder verantwoordelijkheid van de decaan omtrent toelating tot een promotieprogramma. Hij neemt hierbij de desbetreffende nadere regeling in acht.

  • De Dean van de Graduate School is een man

    De graduate school staat onder leiding van de decaan van de faculteit. In die hoedanigheid voert hij de titel van “Dean of the Graduate School”.

  • De wetenschappelijk directeur is een man

    De wetenschappelijk directeur is verantwoording verschuldigd aan de decaan. Hij verstrekt de decaan de gevraagde inlichtingen.

  • De student is een man

    Het Faculteitsbestuur kan …  voorstellen de inschrijving van een student voor de opleiding te beëindigen dan wel te weigeren als die student door zijn gedragingen of uitlatingen blijk heeft gegeven van ongeschiktheid voor de uitoefening van een of meer beroepen waartoe de door hem gevolgde opleiding hem opleidt.

  • De student is een man

    .. het op verzoek van de student en met inachtneming van het ter zake bepaalde in de onderwijs- en examenregeling verlenen van toegang het afleggen van een of meer onderdelen van het afsluitend examen voordat hij het propedeutisch examen van de desbetreffende opleiding met goed gevolg heeft afgelegd

  • De wetenschappelijk directeur is een man

    De wetenschappelijk directeur is belast met het zorgdragen voor de kwaliteit van de bijdragen aan de facultaire onderzoekprogramma’s van het instituut en ziet toe op een goede begeleiding van de promovendi van het instituut. Hij draagt voorts zorg voor de kwaliteit van degenen die belast zijn met de begeleiding van promovendi.

  • De mandataris is een man

    De mandataris is jegens het College van Bestuur verantwoording verschuldigd voor de wijze van uitoefening van het mandaat. Voorts is hij jegens het College van Bestuur verantwoordelijk voor de goede organisatie en coördinatie van zijn organisatie-eenheid en de daarbij nodige voorzieningen.

  • De decaan is een man

    Een decaan wijst een van de hoogleraren van zijn faculteit aan die hem bij afwezigheid in de Raad van Decanen vervangt.

  • Er zijn geen wijze vrouwen bij de universiteit?

    Na mijn promotie bekijk ik de doctorsbul die ik heb gekregen. Er zit ook een Engelse vertaling bij. Daarop staat vermeld dat de promotie tot stand is gekomen in overeenstemming met ‘the wise counsel of our great men’. Blijkbaar zijn er geen wijze vrouwen bij deze universiteit – ook al zaten er een aantal vrouwelijke hoogleraren in mijn promotiecommissie...

  • De prijswinnaar is een man

    Ik zit in de jury die kandidaten voor een prestigieuze prijs moet selecteren. De helft van de kandidaten zijn vrouwen. Het eerste criterium waarop kandidaten beoordeeld moeten worden is hun wetenschappelijke kwaliteit. Dit dient volgens de instructies aan de jury afgemeten te worden aan ‘de bijdrage van de kandidaat aan de ontwikkeling van zijn domein’.

  • De man zal wel een professor zijn

    We schreven een brief met vier personen, drie vrouwen en een man. Alle vier zijn wij gepromoveerde onderzoekers, maar geen hoogleraar. We ondertekenden alle vier met onze titel (Dr.) plus voor en achternaam. We kregen een reactie waarin de man (ten onrechte) als professor werd aangeduid, en de drie anderen als mevrouw. Zonder hun doctorstitel.

  • Altijd in de minderheid

    Bij het jaarlijkse diner van de Spinoza-laureaten gaan de zes vrouwelijke laureaten bij elkaar aan tafel zitten.  De overige aanwezige vrouwen zijn stafmedewerkers van NWO of het Ministerie van onderwijs. Enkele mannen klagen. Waarom verspreiden jullie je niet over de andere tafels, nu lijkt het alsof er haast geen vrouwen zijn. Als ons gevraagd wordt te reageren op het onderwerp van discussie wordt ons standpunt aangeduid als de mening van de ‘vrouwentafel’. Als NWO later in haar blad ‘Hypothese’ verslag doet van deze avond, blijkt onze tafel vanuit verschillende hoeken gezien drie keer  op de foto te staan. Zo lijkt het toch nog alsof er heel wat vrouwen aanwezig waren!

    Het volgende jaar zegt de organisator: niet weer alle vrouwen aan een tafel!

  • Mentor

    Als ervaren onderzoeksleider en bestuurder heb ik me beschikbaar gesteld om als mentor jongere collega’s in het kader van een loopbaantraject bij te staan.  Een mannelijke collega uit een andere faculteit die voor het eerst met al deze zaken te maken krijgt wordt aan mij gekoppeld. Bij het kennismakingsgesprek kijkt hij eens naar me en zegt: ‘Ze hebben je als mijn mentor aangewezen, maar hoe zou jij me nou verder kunnen helpen?’

  • Het ministerie van onderwijs

    Als je het gebouw van het Ministerie van Onderwijs in Den Haag binnenkomt hangen in de hal bronzen ‘kopstukken’ van alle Nederlandse Nobelprijswinnaars. Allemaal mannen. Zo worden de medewerkers er elke dag aan herinnerd wat het wetenschappelijk ideaal is.

  • Bij de pedel

    Bij mijn promotie had ik twee paranimfen, een lange jongen, die zich prachtig in de voorgeschreven white tie had gehesen en mijn latere vrouw, Ik had zelf ook nog wel een poging gedaan om er redelijk uit te zien. Maar toen we gehaald werden door de pedel heeft die hartelijk de jongen geluk en succes gewenst, het heeft er niet toe geleid dat hij ook de vragen ging beantwoorden.

  • Een VICI-kandidaat is een man

    Ik zat als enige in de wachtkamer want ik was de allerlaatste kandidaat voor het VICI interview. Een dame van NWO kwam me ophalen en ze keek twijfelend rond in de kamer en zei toen: ik ben op zoek naar prof. …. Toen zei ik ‚dat ben ik’ en toen zei zij: Oja dat kan natuurlijk ook!

  • De promovendus is een man

    (promotiereglement UL 2014)

    12. Promovendus

    De promovendus meldt zich door middel van formulier/bijlage 7 voor de verdediging van het proefschrift aan bij de pedel. De promovendus mag het proefschrift pas vermenigvuldigen nadat de promotie­com­missie heeft besloten dat hij tot de verdediging daarvan kan worden toege­laten en de decaan heeft vastgesteld dat hij toegang heeft tot de promotie (zie onder 11). Tot vermenigvuldiging van het voor- en nawerk van het proefschrift en de stellingen kan pas worden overgegaan, nadat de decaan zijn akkoord daaraan heeft gehecht. De re­dactie van de titelpagina van het proefschrift en de achterkant daarvan behoeft de goed­keuring van de pedel.
  • De decaan is een man

    (promotiereglement UL 2014)
    11. Decaan

    Zo spoedig mogelijk na de ontvangst van het afschrift van het besluit van de promotie­commissie dat de promovendus tot de verdediging van het proefschrift kan worden toe­gelaten, stelt de decaan vast of de promovendus toegang heeft tot de promotie. Hij doet hiervan onverwijld met gebruikmaking van formulier/bijlage 6 medede­ling aan de promovendus, de promotor, de pedel en het College voor Promoties.
  • Uitnodiging

    judi man1(Judi Mesman is een vrouw)

  • Telefoonlijst

    De mannelijke hoogleraren worden met titels en voorletters vermeld op de telefoonlijst van de afdeling, de vrouwelijke hoogleraar met voor- en achternaam.

  • Receptie

    Ik ben hoogleraar en vrouw. Ik ga naar een receptie voor hoogleraren en hun partners. Ik ben alleen, mijn man is thuis bij de kinderen. Op de receptie komt een dame naar mij toe. Vriendelijk begroet ze mij. Dan is haar eerste vraag: Vertel: wat doet jouw man? Blijkbaar kan ze zich niet voorstellen dat ik daar als hoogleraar ben, en niet als ‘partner van’…..

  • Promotiecommissie

    Bij de promotie van een mannelijke collega zitten er 5 mannen in de commissie, terwijl er uitstekende vrouwelijke expertise in NL beschikbaar is. Er zijn 2 promotoren, 1 man en 1 vrouw, de laatste is ook dagelijks begeleider geweest en kent de kandidaat langer. Toch spreekt de man de laudatio uit. Zo krijgt het aanwezige publiek, waaronder veel niet-wetenschappers, de indruk dat wetenschappers mannen zijn - in ieder geval die wetenschappers die ertoe doen.

  • Buluitreikingen

    Bij buluitreikingen is er een voorzitter- en secretarisrol. In de rol als secretaris ben ik wel eens voorgesteld als secretaresse. Bij een andere buluitreiking stelde ik me voor aan de scriptiebegeleider van de kandidaat. Zijn reactie: "Ik dacht altijd dr. XXX een man was".

  • Notuleren

    Tot voor kort was ik de enige vrouwelijke PI. Tijdens een vergadering bleek de notulist afwezig te zijn. Alle mannen keken naar mij toen ter sprake kwam wie zou notuleren. Te verbouwereerd heb ik dat vervolgens gedaan.

  • Alumniblaadje

    Na mijn promotie in 2012 kreeg ik een brief van de alumnivereniging waarin De Heer ... werd gefeliciteerd met de promotie en mij werd gemeld dat ik vanaf nu het alumniblaadje zou ontvangen. Tot op de dag van vandaag is dat blad geadresseerd aan De Heer ...

  • Mensplaining

    Talloze malen is het me overkomen dat een mannelijke collega-hoogleraar me vraagt wat mijn vakgebied is of waar mijn huidige onderzoek over gaat. Mijn antwoord kan steevast slechts kort zijn, want hij begint me acuut college te geven op mijn eigen terrein. In de internationale literatuur heet dat 'mensplaining', afgeleid van Men Explaining Things To Me' (boektitel van Rebecca Solnit).

  • Voor spek en bonen

    Ik zit samen met een mannelijke collega in de kascommissie van een Nederlands wetenschappelijk instituut. De medewerker van het instituut legde tijdens de bijeenkomst alleen de kasboeken aan de mannelijke collega voor (die aan de andere kant van de tafel zat). Ik wachtte af of ze daarna ook nog de kasboeken aan mij zou voorleggen maar dat gebeurde niet. Ik zat er dus eigenlijk voor spek en bonen bij.

  • Secretaresse

    Ik ben UHD en mijn werkkamer is naast die van de (mannelijke) hoogleraar. Twee jonge vrouwelijke studenten: "Are you the professor’s secretary?". Dat ondanks een naambordje met Dr. bij mijn deur.

  • Commissiesamenstelling: Schoenmaat 42 en een roodharige

    1.       Bij het samenstellen van een beoordelingscommissie voor onderzoeksvoorstellen merk ik op dat er in deze commissie geen enkele vrouw zit. De directeur van een van de onderzoeksinstituten kaatst terug dat er ook niemand in zit met schoenmaat 42.

    2.       Er moet een belangrijke commissie worden samengesteld. Het instituutsbestuur heeft een lijst met namen opgesteld van mensen die potentieel geschikt zijn: 8 mannen. Ik vraag waarom het bestuur geen enkele vrouw in de lijst heeft gezet, en noem enkele namen van geschikte vrouwen. Een mannelijke collega antwoord als grap: “Dan moeten we nu zeker ook een allochtoon en een roodharige erbij gaan zoeken!”

  • Stropdassenverkoop

    Ik was op een bijeenkomst voor hoogleraren waarbij het merendeel van de bezoekers oudere heren waren. Ik stond te praten met een vrouwelijke hoogleraar en we stonden in de buurt van een tafel waar stropdassen konden worden gekocht. Een van de heren kwam enthousiast op ons aflopen met de vraag of wij van de stropdassenverkoop waren.

  • Geachte heer Crone

    Geachte heer Crone

  • Zit mijn das goed?

    Ik (vrouw) treed regelmatig op als pro-rector bij promoties – zo ook vandaag. Bij de voorbereidingen komt de copromotor (man) van elders binnen, ziet dat ik een onbekende ben en ik stel mij voor. Voordat ik dat zelf heb gezegd legt de promotor uit: “Zij is de voorzitter”. De copromotor is kennelijk verrast, en reageert met een ‘grapje’: “Fijn dat er een vrouw aanwezig is om te zien of mijn das goed zit. Op het werk letten de secretaresses daar altijd op, maar hier kan dat niet.”
    (Ik heb geantwoord: “u zult er toch echt zelf voor moeten zorgen”.)

  • Waar is jouw man?

    Ik was op een feestje van het werk waarvoor hoogleraren met hun partners waren uitgenodigd. Ik zat aan tafel met een aantal mensen die ik niet kende. Mijn buurman zei: "Mag ik iets vragen? Welke is jouw man?", ik zei: "Mijn man is hier niet bij." Buurman: "Ja maar waar is jouw man dan?" Ik: "Die is thuis."  Buurman: "Ik begrijp het niet, wie is dan jouw man?" Ik zei: "Mijn man is er niet, ik ben de professor". De rest van de avond heeft hij geen woord meer tegen me gezegd.

  • Kan hij mij antwoord geven op de volgende vragen?

    Beste mevrouw Crone,
    Voor jongerenkrant 7Days (doelgroep: 12-18 jaar) ben ik op zoek naar een wetenschapper die mij kan helpen. Ik wil graag een kort stuk schrijven over de lente en wat dat met onze hersenen doet en ik hoop dat hij me antwoord kan geven op de volgende vragen

abortus

Zwangerschap en kinderen

kinderen

All male panels

Twee maten

  • Scheve verdeling van taken

    Op de leeftijd van 90 jaar is mijn promotor overleden. Tijdens een internationaal congres organiseren we een speciale sessie om hem te eren. De voorzitter verdeelt de taken tussen de panelleden. Ik ben hoogleraar en de enige vrouw in het panel. De voorzitter stelt voor dat ik zal praten over mijn promotor als persoon; alle andere panelleden praten over zijn onderzoek. Ik antwoord dat ik van alle panel leden het meeste met hem heb gepubliceerd, en dus best over de persoon wil vertellen maar ook over ons academisch werk ga praten…

  • Spelregels worden continu bijgesteld

    De doorstroom van UD naar UHD is mij de afgelopen 10 jaar heel moeilijk gemaakt, doordat de criteria waaraan ik moet voldoen om de volgende loopbaanstap te maken steeds weer worden bijgesteld. Wanneer ik, door het gebrek aan perspectief en transparantie in mijn huidige baan, uitwijk naar het buitenland om daar verder aan mijn track record te kunnen werken, wordt dit vervolgens ook tegen mij gebruikt. Dit met de redenering dat alles wat ik in het buitenland heb gedaan niet meetelt. Ondertussen zijn drie van mijn mannelijke collega’s wel bevorderd, allen met een kortere publicatielijst, lagere google citation index en een slechter trackrecord in het binnenhalen van onderzoeksgeld dan ik. Het probleem is dat de bevorderingscommissie volledig bestaat uit mannen en dat je als vrouw erg afhankelijk bent van de goodwill van je hoogleraar om bevorderd te worden.

  • “Het spijt me dat ik je niet gelukkig kan maken”

    Na vele maanden van selectieprocedures en een interview om een leerstoel te krijgen, werd ik door de decaan van de faculteit en voorzitter van de selectiecommissie gebeld om te zeggen dat ik hun topkandidaat was en de baan zou aangeboden krijgen na hun laatse meeting. Ik was destijds net gepromoveerd tot hoogleraar aan een universiteit in de VS in de twee afdelingen waar ik deel van uitmaakte. Bij terugkomst in Nederland met mijn kinderen in volle verwachting dat ik kon blijven, bleek dat de commissie had besloten om de mannelijke kandidaat, die in eerste instantie tweede keuze, was te benoemen. Toen ik de voorzitter van de commissie en de decaan van de faculteit vroeg om een verklaring, vertelde hij mij letterlijk: “Het spijt me dat ik je niet gelukkig kan maken.”, zonder enige nadere verklaring…

  • Opmerkelijke procedure nieuwe hoogleraar

    Na een open procedure voor een leerstoel waarbij een vrouw als enige geschikte kandidaat overbleef, is besloten die kandidaat toch niet voor te dragen. Vervolgens wordt via gesloten werving alsnog geruisloos een ander voorgedragen en geïnstalleerd - het is een man.

  • Delegeren

    Ik ben in gesprek met de rector nav een grote, gehonoreerde onderzoeksaanvraag. De rector zegt: “Wat ik vaak zie bij vrouwelijke leidinggevenden is dat ze niet kunnen delegeren”. Ik zeg dat ik dat prima kan, waarop hij zegt: “Maar toch, ik zie dat vaak bij vrouwen, wel delegeren hoor!”

  • Heel veel werk

    De onderzoekscommissie van onze faculteit bestaat alleen maar uit mannen. Allemaal hoogleraren en twee UHDs. Ik vind het jammer dat er geen enkele vrouwelijke collega in zit. Ik (vrouw, hoogleraar) kaart dit aan bij mijn leidinggevende, en zeg dat ik best lid zou willen zijn van deze commissie die het onderzoeksbeleid bepaalt. Mijn leidinggevende legt vaderlijk zijn hand op mijn arm en zegt: “Weet je wel dat het heel veel werk is? Dat moet je niet willen, hoor”. Een paar maanden later word ik benaderd met de vraag of ik onderwijsdirecteur wil worden. Mijn leidinggevende vindt het een goed idee. Is dat niet heel veel werk dan?

  • Een briljante begeleider

    Als reactie op een ingediende subsidie-aanvraag ontving ik een referentenrapport met daarin de volgende passage:

    She has published some papers … in the XX group - but I believe that can be attributed to XX’s brilliance."

    XX is de hoogleraar die de groep leidt waar ik mijn postdoc gedaan heb. Hij is inderdaad een expert op dit gebied, maar tijdens mijn postdoc had ik ca. 1x per 4-6 weken overleg met hem en heb ik mijn onderzoek grotendeels zelfstandig uitgevoerd en richting gegeven. Hij is wel laatste auteur op alle artikelen, dat geeft in mijn vakgebied typisch de PI aan.

    Iets dergelijks overkwam mij ook bij een andere subsidie-aanvraag, waar het commentaar als volgt was:

    "I have found without doubt that the applicant has sufficient ability to produce research outcome of some competitive level if her research environment is satisfactory. Among the past publications, refereed articles X and Y, for example, are unique achievements with high originality. We have to note here, however, that these studies were performed as her doctor-course study, and I cannot exclude the possibility that the applicant followed the idea by her supervisor(s).”

    Dit gaat om 2 artikelen als 1e auteur, in een top-tijdschrift op mijn vakgebied (impact factor 13). Mijn begeleider en promotor (allebei man) waren inderdaad medeauteurs. Een goede onderzoeksomgeving is voor iedere promovendus belangrijk.

  • Onafhankelijkheid

    In een review van een onderzoeksvoorstel dat ik indiende, geeft de referent meermaals aan dat het mij mogelijk aan onafhankelijkheid ontbreekt:

    The applicant is a young researcher who in a short time has published extensively and in top journals. She has many (only I think) senior co-authors and has not yet proved her independence.

    Feitelijk is dit onjuist, kennelijk kent de referent mijn co-auteurs niet, of heeft niet de moeite genomen om ze op te zoeken. Bovendien, ten tijde van het voorstel was ik op 6 van 14  papers die ik gepubliceerd heb  eerste auteur, sommige zijn juist met junior auteurs, op 3 van 5 working papers was ik eerste auteur, de 2 andere waren van mijn AIO. Daarbij laat de rest van mijn track record (organiseren van workshops, toekenning prestigieuze post-doc beurs en andere grants, verschillende bezoeken aan buitenland etc) juist grote onafhankelijkheid en een sterk internationaal netwerk zien. Even verder komt de doodsteek voor mijn voorstel als de referent moet toelichten of ik tot de top 10% in mijn gebied behoor.

    I cannot say. I can say that the applicant has an impressive publication record in top (mainly social) psychology journals. Most of the papers are however co-edited by senior researchers. It is therefore a little difficult to know the application's independent contributions.

  • Kun je dat écht?

    Als promovendus op een internationaal congres zat ik met een mannelijke collega-AIO aan tafel bij enkele mannelijke collega’s. Mijn collega en ik wisselden ervaringen uit over ons veldwerk in verre oorden waarop een van de oudere tafelgenoten ons onderbreekt, en mij vraagt: “Lukt dat eigenlijk wel? Kun jij dat wel? Zo helemaal alleen onderzoek doen in het veld daar? Kun je dat écht? Knap hoor! Maar wat vind je man ervan?”

  • De klok tikt

    Tegen het einde van mijn promotietraject vroeg een van mijn toenmalige mannelijke supervisors wat mijn plannen waren voor na mijn promotie. Ik zei dat ik wel zo'n 2 of 3 jaar buitenlandervaring op zou willen doen bij een goed instituut. Daarop deelde hij mee dat ik dan wel moest opschieten met mijn “ambitieuze plannen”, want ik was nog vrijgezel en bijna 30 en de “klok begon toch wel te tikken”. Ik kon volgens hem toch niet verwachten een stabiele toekomstige gezinssituatie te kunnen creëren als ik een man in het buitenland zou ontmoeten, en na 2 a 3 jaar weer terug zou willen keren naar NL...

  • Hysterisch

    In mijn eigen (werk)omgeving kreeg ik in beide Veni-rondes advies bij het schrijven van de aanvraag en de voorbereiding op het interview. Ik kreeg bijvoorbeeld het advies om niet te fel te zijn in mijn weerwoord, om tijdens het gesprek vaak te lachen en niet te serieus te zijn, om op te passen 'arrogant' over te komen, en niet 'hysterisch' te schrijven.

  • Heel aardig

    Een mannelijke hoogleraar zegt tijdens een receptie: “Wat ben ik blij dat ik destijds niet heb gesolliciteerd op jouw functie, want je doet het heel aardig”. De implicatie was dat hij de functie had gekregen als hij had gesolliciteerd.

  • Eerst bewijzen

    Een arts-onderzoeker, bijna gepromoveerd met prachtige publicaties, al een half jaar werkervaring opgedaan als arts niet in opleiding met goede referenties, en moeder van twee jonge kinderen, solliciteert voor de opleiding tot specialist. Zij werd afgewezen voor de opleiding tot specialist om nog meer klinische ervaring op te doen. Waarom? Omdat zij eerst moest bewijzen dat ze nu als moeder deze drukke en verantwoordelijke baan als arts-assistent in opleiding alsnog aan zou kunnen.

  • Bijdrage co-auteurs

    Een van de reviewers van mijn voorstel merkte op dat mijn cv zeer goed was, maar meldde daarbij dat het 'unclear' was wat de 'contributions' van 'co-authors' waren aan mijn projecten en publicaties. Hij/zij trekt hierbij in twijfel hoeveel van mijn werk (merendeels artikelen waar ik enige auteur ben en van de co-authored stukken ben ik meestal eerste auteur) ik ook echt zelf gedaan heb. De procedure is niet blind: de reviewer kon zien dat de co-auteurs voor een belangrijk deel mannen zijn.

  • Ongeduldig

    Een enigszins bescheiden vrouwelijke collega is elders gevraagd hoogleraar en afdelingshoofd te worden. Het huidige afdelingshoofd zei daarop: “Je hebt eigenlijk best een heel goed cv”.
    Toen ze de afgelopen periode eens informeerde naar de voortgang van de benoeming was de reactie: “Wat doe je ongeduldig”.

  • Bitsige vrouw

    “Mijn WD heeft me verteld dat ik niet in een vergadering hem moet tegen spreken, maar altijd voor de vergadering tegen hem moet zeggen wat me niet zint aan de voorgestelde plannen. Hij zei dat ik altijd als een bitsige vrouw reageer en dat niemand daarop zit te wachten. Nu overleg ik altijd voor de vergadering met hem en houd me tijdens de vergadering rustig, en nu gaat het heel goed”

  • Zelfbeeld M/V

    “Bij de cursus academisch leiderschap zegt een vrouw: “Ik heb mezelf wat negatiever beoordeeld dan hoe de mensen om mij heen me hebben beoordeeld, maar dat zal iedereen wel hebben”. Een man zegt: “Ik heb mezelf wat positiever beoordeeld dan de mensen om mij heen, maar dat is natuurlijk bij iedereen zo”.

    inschatten

  • Onderwijsdirecteur

    Twee verschillende personen in verschillende faculteiten op andere universiteiten. De casuistiek is vrijwel hetzelfde. In beide situaties is in een vorige fase een man gevraagd onderwijsdirecteur te worden. Beide heren stellen als voorwaarde dat ze dan bevorderd worden (in het ene geval van UHD naar HGL in het andere geval van UD naar UHD), voordat zij de positie aanvaarden. Dit wordt in beide gevallen gehonoreerd.

    In een volgende fase wordt in beide gevallen een vrouw gevraagd om de positie van onderwijsdirecteur op zich te nemen.  Zij zitten in zelfde loopbaanfase als hun mannelijke voorgangers, en hebben zelfs iets meer ervaring, en iets beter CV  (met meer eerste auteur publicaties).  Beide vrouwen proberen op basis van dit verzoek dezelfde (belofte tot) bevordering te onderhandelen. Zij krijgen te horen: laat eerst maar eens twee jaar zien hoe je in die positie functioneert, dan praten we daarna wel weer verder.

  • Zakelijk is agressief

    Een vrouwelijke collega en leider van een groot onderzoeksproject: als ik een zakelijke email aan een van mijn medewerkers stuur, met een verzoek om iets te doen, of een instructie hoe ze iets moeten uitvoeren, krijg ik te horen dat ik ‘agressief’ ben, omdat ik mijn verzoek niet vooraf laat gaan door een persoonlijke tekst, waarin ik vraag hoe het ermee gaat. Ik heb gecontroleerd hoe mijn mannelijke collega’s dit aanpakken, door  te kijken hoe zij in hun emails hun verzoeken inkleden. Zij doen precies hetzelfde als ik, maar dat wordt niet agressief gevonden.

  • Gevoelige vrouwentitel

    Ik werd gevraagd zitting te nemen in een beleidsadviescommissie (BAC). Voorafgaand aan de meeting ontving ik een lijst met de namen van alle BAC-leden. Opvallend was dat alle mannelijke leden “Prof. Dr.” voor de naam kregen, maar bij mijzelf en het andere vrouwelijke lid stond er ook nog “mevrouw” voor. Om dit onder aandacht te brengen mailde ik de HR-medewerker waarvan ik de lijst had gekregen, met daarbij de boodschap dat het voor een volgende keer beter zou zijn om alle hoogleraren dezelfde titulatuur te geven. Als reactie kreeg ik: “Het is waar dat in het overzicht een sexe-aanduiding voor de vrouwelijke BAC-leden is gebruikt en niet voor de mannelijke. Ik neem je suggestie vanzelfsprekend in overweging.“ Ook kreeg te horen dat “dit wel vaker gevoelig ligt, met name bij vrouwen.“ Ik werd daarmee geschetst als de ‘sensitieve vrouw, die er last van had’. Overigens stonden de vrouwen ook ONDER de mannen i.p.v. op alfabetische volgorde, maar dat heb ik maar niet benoemd.

Positieve discriminatie

  • Heel makkelijk

    Toen onze afdeling een tijdelijk afdelingshoofd zocht, werd mij verteld dat er zeker wel aan mij gedacht werd, maar dat ik dat vast niet zou willen nu ik nog zo in de kleine kinderen zat.
    Toen ik later benoemd werd als hoogleraar was de reactie van een collega wetenschapper dat het geen wonder was, want het was tegenwoordig heel makkelijk om hoogleraar te worden als je vrouw bent.

  • Veelbetekenende knipoog

    Ik ben als UHD benoemd op een tenure track positie. Het is de bedoeling dat ik mij, gedurende het traject, kwalificeer om tot hoogleraar benoemd te worden. Als ik daar met een collega over spreek, zegt hij "jij wordt toch wel hoogleraar: jij bent vrouw". Ik probeer nog "nou, ik moet natuurlijk wel gewoon aan de criteria voldoen". Hij haalt zijn schouders op en knipoogt veelbetekenend; denkt van niet. En diskwalificeert me dus bij voorbaat mocht ik de benoeming krijgen, want die krijg ik natuurlijk niet op basis van mijn kwalificaties.

  • Gedeelde prijs

    Aan het einde van de propedeuse werd er een prijs uitgeloofd voor degene met de beste eindcijfers. Het toeval wilde dat een medestudent en ik precies hetzelfde gemiddelde hadden, en we de prijs moesten delen. Na de uitreiking werd me door medestudenten verteld dat ik hem alleen had gekregen “omdat ik een vrouw ben”.

  • Zelfs als man benoemd

    Een nieuwe collega-hoogleraar, man, wordt door de voorzitter welkom geheten bij zijn eerste deelname aan het hoogleraren overleg. Hij wordt gefeliciteerd door de aanwezigen, waaronder een aantal zeer succesvolle jonge vrouwelijke collega’s. Eén van de nieuwe collega’s een man, zegt vervolgens: ‘Dat is knap, je bent benoemd ondanks  het feit dat je geen vrouw bent!’  Als ik zeg dat ik dit een ongepaste opmerking vindt, kijkt hij mij niet-begrijpend aan. Het was maar een grapje.

  • Wat maakt het uit?

    In een presentatie van ons onderzoek liet ik een grafiek van de LNVH zien, waaruit blijkt dat met de huidige ontwikkeling het gestelde streefcijfer voor vrouwelijke hoogleraren bij lange na niet gehaald wordt. De reactie uit de zaal: wat een onzin, er zijn nog nooit zoveel vrouwelijke hoogleraren benoemd! Bij diezelfde presentatie, waar uit onze onderzoeksgegevens blijkt dat vrouwen significant negatiever worden beoordeeld dan mannen is de reactie uit de zaal: ach een paar procent verschil, wat maakt het uit, dit zegt toch allemaal niets.

  • Mentorprogramma’s

    I tried to discuss the possibility of mentoring programs during my last interviews with men for the study I am conducting for the Equal Opportunities Office. I asked some men, if they wish to have a mentoring program for men. They are negative and do not feel concerned by these programs.

  • Ambities

    Ik heb twee kinderen, waaronder een baby van 18 maanden. Mijn man is fulltime thuis bij de kinderen. Toen er een nieuwe wetenschappelijk directeur moest komen en ik hier serieus over wilde nadenken, werd ik als mogelijke kandidaat aan de kant gezet. Bij navraag geven mijn collega’s aan dat dit geen serieuze optie voor mij kan zijn als ik een baby heb.

aanspreken

Ongepast gedrag

  • Succes wordt weggezet als onverdiend

    Tijdens een etentje zegt een mannelijke collega tegen me dat er geroddeld wordt op de afdeling dat ik mijn huidige baan als UD te danken heb aan seks met mijn leidinggevende. Ook al zou dit niet waar zijn; hij probeert me onzeker te maken door dit te zeggen. Het is triest, maar het heeft gewerkt. Ik heb een lange tijd last gehad van negatieve gedachten over mijn eigen kunnen als onderzoeker.

    --------------------------------------------------------

    Tijdens het voorbereiden op een presentatie voor de VENI krijg ik van een vrouwelijke hoogleraar te horen dat ik een voordeel heb ten aanzien van mijn mannelijke concurrent op de afdeling. Namelijk, dat ik er 'spannend' uitzie en hij niet.

  • Als je het nou lief vraagt

    Een mannelijke collega van noemt mij graag popje, als een soort "vriendelijke groet". Er zijn meerdere momenten waarop hij ongepaste opmerkingen maakte waaronder "hoe komt het dat zo een leuke meid als jij nou zulk saai onderzoek doet?". Vandaag leek het hem gepast om, zonder enige aanleiding van mijn kant, mijn bespreking met een student te onderbreken: "als je het nou lief vraagt, krijg je een stukje cake". De cake was niet van hem en stond op twee tafels verder voor het hele instituut klaar.

  • Mentor-pupil relatie met hoogleraar tijdens studie

    Gedurende mijn studietijd is een soort mentor-pupil relatie ontstaan met een hoogleraar die ik in mijn eerste jaar ontmoette. Soms zag ik hem wel op een manier naar me kijken die me niet helemaal beviel, maar ik dacht dat ik me dat allemaal in mijn hoofd haalde. Lang is mijn plan geweest (en ook zijn plan) om na mijn studietijd een promotie bij hem te beginnen tot hij bij een borrel een aantal keer aan mijn billen heeft gezeten ondanks dat ik hem wegduwde. Nu heb ik een promotieplek op een andere afdeling onder een vrouwelijke hoogleraar gezocht in een heel ander vakgebied omdat het me niet slim leek om mezelf in een afhankelijke positie van hem te plaatsen. Toch jammer, ik vond het een
    leuke afdeling. Nu ik dit opschrijf merk ik hoeveel moeite dit me kost om dit te melden (ook al geanonimiseerd). Een paar gedachtes die daarbij passeren: "Ik wil niemand aan de schandpaal nagelen. - En wat dan nog, ik heb toch niets fout gedaan? Had ik het niet tegen hem moeten zeggen? - Maar hoe dan? Misschien heb ik hem te veel aanleiding gegeven? - Ik ben lesbisch en dat weet hij hartstikke goed. Ik had ook teveel gedronken, maakt dat het niet mijn fout? - denk het niet. Misschien bedoelde hij het niet zo? - Hoe had hij dat wel moeten bedoelen dan? - Misschien was het een klein foutje? - Hoop het maar

  • #MeToo

    Op een feest in 2004 vraagt mijn oude copromotor mij om even achteraf te gaan staan, omdat er veel lawaai was. Daar geeft hij me onverwacht een kus. Ik probeer het in de week daarna bespreekbaar te maken en hij zegt: "ik ben verliefd op je en als jij niets met mij wilt, wil ik nooit meer met je werken." Ik huil en zie mijn toekomst in duigen vallen. Ik zeg dat ik niets wil en dat ik eigenlijk boos ben. Daarop zegt hij dat hij me nooit meer wil zien. Ik ben geschokt.

    Na 2 dagen ga ik naar een vertrouwenspersoon binnen onze instelling. Ik kan alleen maar huilen. Dit is het vakgebied waarin ik door wil.
    Ik spreek meerdere keren met haar. Ze geeft me twee adviezen; "zoek steun bij vrouwelijke collega's en denk goed na voordat je het officieel gaat melden bij het bestuur; hij is hoogleraar, het is jouw woord tegen het zijne." Ik houd mijn mond verder en maak ook geen officiële melding. De oude copromotor zie ik 2 weken later als ik een praatje geef. Hij onderbreekt me na 5 minuten en zegt in de zaal dat het niet klopt wat ik vertel. Na het praatje ga ik naar hem toe. Een schare van vrouwen staat om hem heen. Ik zeg, terwijl iedereen het hoort: "dit flik je me nooit meer." Daarna houd ik afstand. Met mijn oude copromotor heb ik nooit meer samen gewerkt en ik heb tijdelijk een andere focus gekozen voor mijn onderzoek. Hij is na enkele jaren naar het buitenland vertrokken.

    Ik vond het moeilijk om dit incident te delen met mensen. 'Metoo' en Athena's Angels geven me de steun om dit wel te doen. Achteraf denk ik dat ik goede hulp heb gemist. Goede hulp zou mij geholpen hebben om het trauma te verwerken. Goede hulp zou mij geholpen hebben om dit gedrag van die oude copromotor als zeer ongepast te zien. De machtsongelijkheid en de manipulatie waren tekenend.

  • Hoe haal je het in je hoofd

    Een paar weken geleden had ik overleg met een collega-hoogleraar waarbij ik hem vroeg om bepaalde toegang tot faciliteiten op zijn afdeling te verbeteren. Vandaag kwam een ondersteunende medewerker van deze afdeling bij mij verhaal halen. Hoe ik het in mijn hoofd haalde om zijn afdelingshoofd hierover te mailen en dat ik voor vragen bij hem moest zijn. Na de storm van verwijten vroeg ik me beduusd af of hij ook verhaal zou zijn komen halen als ik een man was geweest.

  • Nou, nou, mevrouw de professor

    In reactie op een mail waarin ik aangeef met een mannelijke collega hoogleraar van mening te verschillen krijg ik een mail – zonder aanhef – met als openingsregel: “Nou, nou, nou mevrouw de professor, u blaast hoog van de toren.” Dat deze mail als doel heeft me te laten zien wie er uiteindelijk de baas is, moge duidelijk zijn.

  • Onwetenschappelijke beelden

    In de krant werd ik geïnterviewd, het artikel ging over mijn onderzoek. Daarbij een kleine portretfoto uit de beeldbank van de universiteit. Een lezer vond het nodig mij de volgende reactie te sturen:

    “Interessant onderwerp. Ik vind de foto in de krant niet passend, roept bij mij en ongetwijfeld veel andere mannen zeer onwetenschappelijke beelden op...”

  • Dag schoonheid

    Tijdens een feestelijk diner ter gelegenheid van een jubileum word ik begroet door de voorzitter van het raad van bestuur met de woorden “Dag schoonheid”.

  • How can you concentrate?

    When I was preparing a course as a TA together with a colleague who was the male lecturer, a male guest professor walked in on us. He turned to the lecturer and said "Can I ask you something? How can you concentrate on your course, when you are sitting next to such a beautiful girl?". Just in case, I was dressed and behaving appropriately for work. I was shocked but somehow managed to reply "Can we keep it professional?". Needless to say, after this we were both very uncomfortable, the lecturer kept blushing and his concentration was completely gone indeed. Later the guest professional apologized to me but I am still not a fan of these kind of ‘compliments’.

  • Dat meisje

    Vrouwelijke collega's in het vakgebied worden door de vakgroep voorzitter als “dat meisje” aangeduid indien zij vrouw zijn, zelfs als ze boven de 40 zijn.

  • Hartjes en kusjes

    Zakelijke email van een collega, ondertekend met hartjes en kusjes

  • Op de kop

    Ik ben vrij klein van stuk. Tot twee keer toe heb ik meegemaakt dat een grote mannelijke collega mij in de gang beetpakte, optilde en ondersteboven hield. Na de eerste keer heb ik duidelijk gemaakt dat ik dit niet op prijs stelde. Toch heeft hij het nog een keer gedaan. Wat kon ik ertegen beginnen?

  • Zou ik het uitgelokt hebben?

    Jaren geleden, na een etentje met een groep buitenlandse gasten, zoende een veel oudere docent mij op mijn mond en zei ‘ik wil met je neuken’. Ik dacht, ik zal het wel uitgelokt hebben. Nu ik 35+ ben en kinderen heb is het allemaal een stuk rustiger geworden. Maar soms vind ik het een wonder dat ik nog in de wetenschap werk.

  • Wijde kleding en gymschoenen

    Toen ik jonger was droeg ik graag jurkjes en leuke schoenen met hakjes. Ik kreeg op het werk zoveel opmerkingen over mijn uiterlijk dat ik in de loop der jaren steeds meer wijde kleding ben gaan dragen, en altijd op gymschoenen loop.

  • Niet meer overwerken

    Op een receptie na een promotie ben ik in gesprek met enkele anderen. Een collega van mijn  afdeling komt achter mij staan en fluistert in mijn oor: “Ik ga je in je kont neuken”. Sindsdien durf ik niet goed op kantoor te blijven als de meeste mensen weg zijn.

  • Vol in de bil

    Op een borrel tijdens een congres sta ik in de drukte bij de bar om een drankje te bestellen. Een van de mede-congresgangers knijpt mij vol in mijn bil. Ik ben stomverbaasd en draai me om. In de drukte kan ik niet meteen zien wie het geweest is.

  • Napraten

    Mijn eerste internationale congres, jaren geleden. Ik heb een presentatie gehouden over mijn onderzoek. Het ging goed! Een veel oudere collega maakt een compliment over mijn onderzoek en stelt voor hier nog even over verder te praten. Als blijkt dat hij van plan is dit op zijn hotelkamer te doen met een fles whisky erbij, weet ik niet hoe snel ik me uit de voeten moet maken.

  • Sinterklaasfeest

    Toen ik aio was, vierden we op het werk Sinterklaas, met pepernoten en chocolademelk. Twee collega’s hebben zich verkleed als Sinterklaas en Zwarte Piet. Ze hebben zich ook moed ingedronken. Een van de secretaresses moet bij Sinterklaas op schoot komen zitten. ‘Eens kijken of de staf van Sint nu rechtop gaat staan’, roept Zwarte Piet.

  • Naar de sauna

    Een keer per jaar is er een sectie uitje. De heren stafleden stellen voor deze keer samen naar de sauna te gaan. Als de (vrouwelijke) aio’s aangeven dat geen goed idee te vinden, wordt dat als ‘flauw’ bestempeld. Het werd uiteindelijk een uitje naar het zwembad.

  • We hebben je er graag bij

    Ik ben uitgenodigd voor een strategie bijeenkomst van de universiteit, waar mensen met relevante bestuurlijke functies vertegenwoordigd zijn. Ik ben voorzitter van een van de grootste instituten in de universiteit. Bij binnenkomst begroet ik een van de organisatoren, en bedank hem voor de uitnodiging om hier aanwezig te zijn. Hij bekijkt mij uitgebreid van top tot teen, en zegt dan: ‘Iemand die er uitziet zoals jij hebben we er altijd graag bij’.

  • Ik heb niets gehoord

    Ik geef een lezing. Vol vuur sta ik drie kwartier te vertellen. Het publiek is zeer geÏnteresseerd in mijn verhaal. Althans, dat is mijn indruk. Na afloop komt er iemand op mij af – ik denk om een vraag te stellen. Maar de reactie is: “ik heb niets gehoord van wat je zei – ik heb alleen maar naar je gekeken”.

  • Jij oefent natuurlijk elke nacht in bed

    Een onderzoeksinstituut nodigde mij uit om mijn promotieonderzoek te presenteren. De avond voor de presentatie vindt er een diner plaats met de sprekers. Op een gegeven moment komt het gesprek op Freud en zijn ideeën over seksualiteit. Wanneer ik een bijdrage lever aan dit gesprek, reageert een spreker (m) met "hoe kan het dat jij dit allemaal weet?" Waarna de directeur (m) van het onderzoeksinstituut antwoordt dat "ik natuurlijk iedere nacht oefen met mijn vriend in bed".

aanspreken2

Openlijke discriminatie

  • Twee maten voor dezelfde onderzoeksmethode

    Bij mijn doctoraatsverdediging kreeg ik een vraag van een (mannelijke) professor uit het publiek, een directe collega, die mijn onderzoeksmethodologie met de grond gelijk maakte als achterhaald en onethisch. Een jaar later, bij de promotie van een mannelijke collega die precies dezelfde methode gebruikt had, prees dezelfde professor hem om zijn uitstekende onderzoeksmethodologie.

  • Ingewikkelder dan een stofzuiger

    Als AIO moest ik college geven in een grote zaal (> 300 studenten), en 1 van de twee beamer-schermen deed het niet. Toen ik tegen de man van de technische dienst zei dat het niet lijkt te liggen aan mijn laptop aansluiting want het ene scherm doet het wel, zei hij: “nou het is wel ietsjes ingewikkelder dan een stofzuiger hoor”.

  • Jij hebt al een man met een baan

    Na mijn promotie solliciteerde ik op een postdocplaats in het buitenland en vroeg een van mijn promotors een aanbevelingsbrief te schrijven. Hij antwoordde dat hij hetzelfde verzoek had gekregen van een van zijn mannelijke promovendi, die op dezelfde baan zou solliciteren, en dat hij mij natuurlijk wel wilde aanbevelen, maar dat de mannelijke kandidaat zijn voorkeur had, en dat hij dat in zijn brieven wel zou laten merken. Toen ik vroeg of de man zijn voorkeur had omdat hij hem beter geschikt vond voor de betreffende postdocplaats, was het antwoord: “Nee, dat niet. Maar hij is kostwinner, dus hij heeft die baan echt nodig. Jij hebt al een man met een baan.”

  • Verwijderen van vlekken

    Een van mijn mannelijke collegae had onlangs geknoeid op zijn broek. Naast een kraan staande vroeg hij een van de secretaresses om warm water?! Daarna wendde hij zich tot mij (zijnde een van zijn vrouwelijke collega-hoogleraren) met de opmerking dat vrouwen nu eenmaal heel goed zijn in het verwijderen van vlekken.

  • Zo dom nog niet

    In een commissievergadering op het werk zegt de voorzitter naar aanleiding van mijn inbreng: "Wat zij zegt is zo dom nog niet..." en herhaalt mijn inbreng.

  • Andere dingen om van te genieten

    Bij mijn werkgever moest bezuinigd worden en zouden projecten stopgezet worden. Mijn baas belde me op, na de bestuurlijke vergadering waarin de beslissingen genomen waren, om me te vertellen dat het project dat ik leidde stopgezet zou worden. “Maar”, zei hij: “Gelukkig heb je andere dingen om van te genieten in het leven, zoals je kinderen!”

  • Iets leuks om naar te kijken

    Samen met een jonge vrouwelijke collega had ik een paper geschreven voor een belangrijk congres. Het werd geaccepteerd. Het paper van mijn baas niet. Hij deed het af als: “ze wilden ook wel eens iets leuks om naar te kijken”.

  • Mannen zijn gewoon beter

    I've had a class last week in which the only male student in the group seriously announced that "men just are better" and one of the female students told me that I was "overreacting" when talking about bias. (But I've also had colleagues tell me that.)

  • Een vrouw kan dit college niet geven

    Two students actually wrote in the evaluation of my course on the psychology of gender that I was obviously a feminist and they did not think the course should be taught by one. I also think so, don’t you, the psychology of gender should really be taught by some chauvinist pig…

  • Vrouwen zijn te emotioneel

    Enkele vrouwelijke docenten protesteren tegen het feit dat er weinig consequenties verbonden worden aan een bewezen geval van plagiaat door een student. De voorzitter van de examencommissie neemt dit protest niet serieus: hij zegt dat vrouwen nu eenmaal te emotioneel reageren.

  • Waar zeur je over?

    Ik had gisteren mijn eindgesprek voor de cursus leiderschap. We bespraken hoe alles in de cursus was gegaan en een van de onderdelen was een terugkom-bijeenkomst met de leidinggevende. Hier hadden de mannen van de groep op de agenda gezet dat ze het wilden hebben over diversiteit, omdat ze geschokt waren van alles wat ze tijdens de cursus te horen hadden gekregen van de vrouwen. Nu zei de cursusleidster dat ze achteraf nog met de leidinggevende hadden gepraat over wat hij van deze terugkomst-bijeenkomst vond, en blijkbaar vond hij vooral het punt over diversiteit een beetje lastig agendapunt: „hij kon er niks mee”.

  • Slimmer dan je eruit ziet

    Na een inhoudelijke discussie zei een mannelijke collega tegen mij: "Je bent slimmer dan je eruit ziet".

  • Female scientists cause trouble for men in labs

    Tim Hunt, an English biochemist and Nobel laureate who admitted that he has a reputation for being a “chauvinist”, said to the World Conference of Science Journalists in Seoul, South Korea: “Let me tell you about my trouble with girls … three things happen when they are in the lab … You fall in love with them, they fall in love with you and when you criticise them, they cry.”

  • Op zulke domme vragen geef ik geen antwoord

    Tijdens mijn Bachelor aan een Nederlandse universiteit werden vragen van vrouwelijke studenten door een professor beantwoordt met "Op zulke domme vragen geef ik geen antwoord" en "Jullie stellen nog steeds domme vragen". Er werd bij het "jullie" nadrukkelijk naar de eerste rij verwezen, waar vrijwel alle vrouwelijke studenten naast elkaar zaten. Aangezien ik zelf vrouw ben, durfde ik na deze antwoorden van de docent geen vragen meer te stellen, verloor mijn enthousiasme in het vak en heb het examen moeten herkansen. Ook onder oud studenten bleek de docent bekend te staan als vrouwonvriendelijk. Dit scheen ook bekend te zijn bij de faculteit, maar aangezien hij de expert was in zijn vakgebied, werd er niks tegen gedaan.

Gendered taalgebruik